FERLEC KOPPELING
Werkplaatshandleiding Elektromagnetische Ferleckoppeling
Een Ferlec koppeling is een automatische elektromagnetische koppeling.

Automatische
Ferlec koppeling
(fig. 1)

Schema FERLEC en een droge plaatkoppeling (fig. 2)
WERKING
De eigenlijke koppeling heeft
veel weg van een een normale droge plaat koppeling, met dat
verschil dat de drukveren ontbreken. In het vliegwiel (1) zijn
echter een aantal uitsparingen aangebracht waarin een aantal
draadwindingen (2) (spoelen) zijn aangebracht. Wanneer er door de
spoelen een elektrische stroom wordt geleid, dan wordt er een
magnetisch veld opgewekt. Dit magnetisch veld oefent een
aantrekkingskracht uit op het verplaatsbare anker met drukring
(3). Anker en drukring worden aangetrokken en daardoor wordt de
koppelingsplaat (4) tussen de tussenschijf en de drukring
vastgeklemd, hierdoor wordt de primaire as van de versnellingsbak
meegenomen.
Een aantal kleine schroef veertjes zorgt ervoor dat dat het anker
en drukring wordt teruggeduwd als er geen aantrekkingskracht meer
is omdat de stroomkring tijdens het ontkoppelen onderbroken
wordt.
Elektrische werking
Twee koolborstels (8 en 11 fig.1) zorgen voor de stroomvoorziening van de spoelen, de minborstel (8 fig.1 ) loopt op een sleepring die niet is geïsoleerd van de rest van de koppeling. De plusborstel (11 fig.1 ) loopt over een geïsoleerde sleepring, deze sleepring is met de magneetspoel (3 fig.1 ) verbonden. Om soepel aangrijpen van de koppeling te verkrijgen moet de bekrachtigingsstroom nauwkeurig geregeld worden, en geleidelijk worden opgevoerd in overeenstemming met het ontwikkelde motorkoppel. Hiervoor zorgt een Regeleenheid (fig.3) (Weerstandbox). Dit kastje is met behulp van een hefboomstelsel (12 fig.3) aan de gasklep verbonden, door het bedienen van de gasklep worden dan de verschillende weerstanden geschakeld.
![]() |
1 = Keuze schakelaar op dashbaord voor keuze
vrijloop, accu of dynamo. 2 = Versnellingshandel met schakel kontact. 3 = Microschakelaar onder auto. 4 = Koppeling 5 = Bobine 6 = Dynamo 7 = Regeleenheid 8 = Verdeelblokje 9 = (sleep)kontakten voor de verschillende weerstanden. 10= Instelweerstand voor stationaire bekrachtiging 11= Schakelkontakt welke opent bij vastpakken Versnellingshandel. 12= Handel naar smoorklep. |
Elektrisch schema Ferlec
Koppeling. fig.3
In de stand "achteruit" of in de "1e versnelling wordt de stroom rechtreeks vanaf de plusborstel van de dynamo via de aansluiting 1 op de regeleenheid toegevoerd. Deze stroom doorloopt achtereenvolgens de drie weerstanden (9) en gaat dan via een instelbare weerstand 10 naar de kontaktpunten 11. Deze kontaktpunten staan normaal gesloten maar ze kunnen geopend worden door een elektromagneetje, aangesloten op kontakten 2 en 3 van de Regeleenheid,(en verbonden met het schakelkontakt in de versnellingshandel). Doordat de kontaktpunten 11 geopend worden vindt er ontkoppeling plaats en kan er geschakeld worden. Wanneer men na het schakelen gas geeft zal de dynamospanning oplopen en het schuifkontakt 9 (verbonden met de gasklep) zal achtereenvolgens de drie weerstanden uitschakelen waardoor de koppeling geleidelijk sterker wordt aangetrokken, waardoor soepel weggereden kan worden. Bij het overschakelen van 1 naar 2 of 2 naar 3 is soepel koppelen minder noodzakelijk. Om dit te verkrijgen wordt het kontakt 3 gesloten waardoor de laatste twee weerstanden overbrugt worden. Hierdoor zal de koppeling veel sneller aangrijpen.
Laatste
update 02-10-99 11:12:22
©Gerard Esselink